Terminologie
Begrippenlijst
De termen die je tegenkomt op certificaten, productpagina's en in de kennisbank — kort uitgelegd, met een doorverwijzing waar er meer over te zeggen valt.
61 termen
A
- Acetylering
- Het afsluiten van de N-terminus met een acetylgroep, aangeduid met het voorvoegsel Ac-. Verandert onder meer de stabiliteit van het molecuul. Lees verder →
- Agonist
- Een molecuul dat een receptor activeert. Een triple-receptor agonist grijpt op drie receptoren tegelijk aan. Lees verder →
- Aliquot
- Een afgemeten portie van een oplossing. Verdelen in porties voorkomt dat de hele voorraad telkens opnieuw ontdooid moet worden. Lees verder →
- Amidering
- Het omzetten van de vrije carboxylgroep aan de C-terminus in een amide, aangeduid met -NH2 achter de naam. Lees verder →
- Aminozuur
- De bouwsteen van een peptide. Twintig aminozuren vormen het standaardrepertoire waaruit ketens worden opgebouwd; hun volgorde bepaalt wat een peptide is. Lees verder →
- Analoog
- Een molecuul dat sterk lijkt op een natuurlijk voorkomend peptide maar er bewust op één of meer punten van afwijkt, vaak om de stabiliteit te veranderen.
- Antagonist
- Een molecuul dat aan een receptor bindt zonder deze te activeren en daarmee de werking van een agonist blokkeert.
B
- Bacteriostatisch water
- Steriel water met 0,9% benzylalcohol, gebruikt om gevriesdroogde onderzoekspeptiden te reconstitueren. Een lab-accessoire, geen geneesmiddel. Lees verder →
- Batch
- Eén productieronde van een peptide. Elke batch wordt afzonderlijk getest en krijgt een eigen certificaat; een certificaat geldt dus nooit voor het product in het algemeen.
- Benzylalcohol
- Het conserveermiddel in bacteriostatisch water dat groei van micro-organismen remt en daarmee meervoudig gebruik van dezelfde vial mogelijk maakt. Lees verder →
- Beschermgroep
- Een tijdelijke chemische afdekking die voorkomt dat een reactieve zijde meedoet aan de verkeerde stap. Wordt per cyclus verwijderd en aan het eind volledig afgesplitst. Lees verder →
- Blend
- Eén vial met twee of meer peptiden die samen gereconstitueerd worden. De opgegeven hoeveelheid is het totaal over alle componenten, niet per component. Lees verder →
C
- C-terminus
- Het uiteinde van een peptide met een vrije carboxylgroep. Bij chemische synthese is dit het uiteinde dat als eerste aan de drager wordt geankerd. Lees verder →
- Chromatogram
- De grafiek die HPLC oplevert: tijd op de horizontale as, detectorsignaal op de verticale. Elke piek is een bestanddeel dat op een eigen moment van de kolom komt. Lees verder →
- COA (Certificate of Analysis)
- Analysecertificaat van één geteste batch: identiteit, zuiverheid, methode en datum. Geen uitspraak over steriliteit of geschiktheid voor enige toepassing. Lees verder →
D
- D-aminozuur
- De spiegelbeeldvorm van een aminozuur, tegenover de natuurlijke L-vorm. Wordt ingebouwd omdat peptidasen die op de L-vorm zijn gebouwd er minder grip op hebben. Lees verder →
- Dalton (Da)
- Eenheid van moleculaire massa. Onderzoekspeptiden liggen doorgaans in het bereik van honderden tot enkele duizenden dalton.
- Deletiesequentie
- Een keten waarin precies één aminozuur ontbreekt doordat een koppeling niet volledig verliep. Lijkt chemisch sterk op het doelmolecuul en moet er daarom uit gezuiverd worden. Lees verder →
- Disulfidebrug
- Een binding tussen twee zwavelhoudende cysteïneresiduen die de driedimensionale vorm van een peptide vastlegt.
F
- Fragment
- Een deel van een groter eiwit, aangeduid met de positienummers van de aminozuren — bijvoorbeeld (1-29) voor de eerste negenentwintig. Lees verder →
G
- Gelyofiliseerd
- Gevriesdroogd. De vorm waarin onderzoekspeptiden worden geleverd: zonder water kan hydrolyse de peptidebinding niet splitsen. Lees verder →
- Geneesmiddel
- Een product met een handelsvergunning voor medisch gebruik. Onderzoekspeptiden hebben die niet en worden niet als zodanig aangeboden. Lees verder →
H
- Halfwaardetijd
- De tijd waarin een concentratie tot de helft daalt, altijd gemeten in een bepaald systeem. Buffer, plasma en een levend organisme geven verschillende uitkomsten voor hetzelfde molecuul. Lees verder →
- Hars (drager)
- De onoplosbare korrel waaraan het groeiende peptide tijdens de synthese vastzit. Bepaalt welk uiteinde later vrijkomt. Lees verder →
- HPLC
- High-Performance Liquid Chromatography: een scheidingstechniek die de bestanddelen van een monster uit elkaar trekt en zichtbaar maakt welk percentage het beoogde peptide is. Levert het zuiverheidspercentage op het certificaat. Lees verder →
- Hydrolyse
- De reactie waarbij water een peptidebinding splitst. De belangrijkste reden dat peptiden droog worden bewaard en verzonden. Lees verder →
I
- IE / IU
- Internationale eenheid: een maat gebaseerd op biologische activiteit in plaats van massa. Wordt gebruikt waar een gewichtsopgave de werkzaamheid niet eenduidig beschrijft.
- In vitro
- Onderzoek buiten een levend organisme, bijvoorbeeld in een celkweek of reageerbuis.
- In vivo
- Onderzoek binnen een levend organisme. Resultaten uit in-vivo-modellen zijn niet zonder meer over te zetten naar een andere soort.
J
- Janoshik Analytical
- Het onafhankelijke lab dat elke batch van Peptide Lab test met HPLC en massaspectrometrie en het rapport op het eigen domein publiceert. Lees verder →
K
- Koperpeptide
- Een peptide met een gebonden koperion, zoals GHK-Cu. Het metaal maakt deel uit van het complex en niet alleen van de verpakking. Lees verder →
- Koppeling
- De stap waarin het volgende aminozuur een nieuwe peptidebinding vormt met de vrijgekomen N-terminus. Lees verder →
- Koudeketen
- Een transport- en opslagroute die van begin tot eind binnen een temperatuurbereik blijft. Relevant voor oplossingen; droog poeder verdraagt omgevingstemperatuur. Lees verder →
L
- Leeftijdsgrens 21+
- Peptide Lab levert uitsluitend aan kopers van 21 jaar of ouder. De verklaring wordt bij het bezoek van de site gevraagd. Lees verder →
- Lotnummer
- De code op het vial-etiket die naar één specifiek certificaat verwijst. Daarmee is de keten vial → meting → methode achteraf te reconstrueren. Lees verder →
- Lyofilisatie
- Vriesdrogen: bevriezen en het ijs onder vacuüm rechtstreeks laten sublimeren, zodat een droog poeder overblijft zonder dat het peptide een vloeibare fase doorloopt. Lees verder →
M
- Massaspectrometrie
- Meettechniek die de massa-tot-ladingverhouding van een molecuul bepaalt en daarmee de moleculaire identiteit bevestigt. HPLC zegt hoeveel er zuiver is, MS zegt wát het is. Lees verder →
- Molecuulgewicht
- De massa van één molecuul, uitgedrukt in dalton. Staat in de specificaties op de productpagina en wordt per batch bevestigd met massaspectrometrie. Lees verder →
N
- N-terminus
- Het uiteinde van een peptide met een vrije aminogroep. Sequenties worden per conventie van N- naar C-terminus geschreven. Lees verder →
- Netto peptidegehalte
- Hoeveel peptide er werkelijk in de vial zit, los van meegewogen counterionen en restvocht. Iets anders dan zuiverheid, die alleen over de verhouding tussen bestanddelen gaat. Lees verder →
O
- Ontscherming
- Het verwijderen van de tijdelijke beschermgroep zodat de N-terminus weer kan reageren. In de gangbare Fmoc-strategie gebeurt dat met een base. Lees verder →
- Oxidatie
- Een afbraakroute waarvoor met name zwavelhoudende en aromatische aminozuren gevoelig zijn. Licht kan de reactie versnellen. Lees verder →
P
- Pentadecapeptide
- Een keten van vijftien aminozuren. BPC-157 wordt zo aangeduid. Lees verder →
- Peptidase
- Een enzym dat peptidebindingen splitst. De reden dat veel natuurlijke peptiden maar kort meegaan. Lees verder →
- Peptide vs. proteïne
- Een conventie, geen natuurwet: ketens tot ongeveer vijftig aminozuren heten peptiden, langere polypeptiden of proteïnen. De binding is in beide gevallen dezelfde. Lees verder →
- Peptidebinding
- De covalente binding tussen twee aminozuren, gevormd door condensatie waarbij water vrijkomt. De binding die de keten samenhoudt en die door peptidasen weer gesplitst wordt. Lees verder →
- Piekoppervlak
- Het oppervlak onder een piek in het chromatogram. De verhouding tussen het oppervlak van de doelpiek en dat van alle pieken samen levert het zuiverheidspercentage. Lees verder →
- Preklinisch
- Onderzoeksfase vóór studies bij mensen, doorgaans in celmodellen en proefdieren.
- Preparatieve HPLC
- Dezelfde scheidingstechniek als analytische HPLC, maar ingezet om te zuiveren in plaats van te meten: de doelpiek wordt opgevangen en de rest weggegooid. Lees verder →
R
- Receptor
- Een eiwitstructuur waaraan een molecuul bindt en waarmee het een signaal in gang zet. Welke receptor betrokken is, bepaalt grotendeels het onderzoeksdomein van een peptide.
- Reconstitutie
- Het oplossen van gevriesdroogd poeder in een oplosmiddel, waarna de concentratie volgt uit de hoeveelheid peptide gedeeld door het toegevoegde volume. Lees verder →
- Retentietijd
- Het moment waarop een bestanddeel van de HPLC-kolom komt. Een reproduceerbare retentietijd onder gelijke condities is een aanwijzing voor identiteit. Lees verder →
- RUO (Research Use Only)
- Uitsluitend bestemd voor laboratorium- en onderzoeksdoeleinden. Niet voor humane of dierlijke consumptie, geen geneesmiddel en geen medisch advies. Lees verder →
S
- Secretagoog
- Een stof die de afgifte van een lichaamseigen hormoon stimuleert in plaats van dat hormoon zelf aan te leveren. Lees verder →
- Sequentie
- De volgorde van aminozuren in een keten. De sequentie legt de identiteit van een peptide vast; de naam op het etiket doet dat niet. Lees verder →
- SPPS
- Vastefase-peptidesynthese: de standaardmethode waarbij de keten aminozuur voor aminozuur wordt opgebouwd aan een onoplosbare drager, zodat overmaat reagens er simpelweg af te wassen is. Lees verder →
T
- TFA (trifluoraceetzuur)
- Zuur dat gebruikt wordt om het peptide van de synthesedrager los te maken en vaak in de loopvloeistof zit. Wat achterblijft zijn TFA-counterionen: ze wegen mee in de vial maar tellen niet mee in het zuiverheidspercentage. Lees verder →
- Tripeptide
- Een keten van drie aminozuren. GHK, de basis van GHK-Cu, is er een voorbeeld van. Lees verder →
V
- Vial
- Het glazen flesje waarin het peptide wordt geleverd, afgesloten met een rubberen septum onder een aluminium krans.
- Vries-dooicyclus
- Het herhaald invriezen en ontdooien van een oplossing. Elke cyclus belast het materiaal, wat de reden is om in porties te werken. Lees verder →
Z
- Zuiverheid
- Het aandeel van het materiaal dat daadwerkelijk het beoogde peptide is, bepaald via HPLC. Peptide Lab hanteert een drempel van ≥99%. Lees verder →
FOR RESEARCH USE ONLY. Uitsluitend voor laboratorium- en onderzoeksdoeleinden. Niet voor humane of dierlijke consumptie, geen geneesmiddel en geen medisch advies.